Terug naar alle artikelen
De ideeën van Virginia Woolf

De ideeën van Virginia Woolf

Virginia Woolf probeerde de sensatie, de pijn, de schoonheid en de afschuw van wat ze het ‘moderne tijdperk’ noemde in woorden te vangen. Ze werd in 1882 geboren en beschouwde zichzelf als een typisch modernistische schrijfster die in tegenspraak was met een heleboel zelfgenoegzame veronderstellingen van de negentiende-eeuwse literatuur. Ze besefte dat een nieuw tijdperk – gekenmerkt door uitzonderlijke ontwikkelingen op het gebied van stadsplanning, technologie, oorlogvoering, consumentisme en het gezinsleven – door een ander soort schrijver beschreven moest worden. Evenals Joyce en Proust was ze bijzonder creatief in haar jacht op nieuwe literaire vormen die de complexiteit van het moderne bewustzijn recht zouden doen. Haar boeken en essays zijn nog altijd krachtige weergaven van de opwinding en dramatiek van de twintigste eeuw. Lees hier wat haar werk zo bijzonder maakt. 

Virginia Woolf werd in Londen geboren: haar vader was een beroemd auteur en bergbeklimmer, haar moeder was een bekend model. Haar familie kreeg de invloedrijkste en belangrijkste leden van de victoriaanse literaire wereld over de vloer. Woolf was meestal cynisch over deze gewichtige types; ze beschuldigde hen van opgeblazenheid en bekrompenheid. In tegenstelling tot haar broers mochten Woolf en haar zus niet naar Cambridge en moesten ze hun opleiding in de studeerkamer van hun vader zien te krijgen. Nadat haar moeder was overleden toen Woolf dertien jaar was, kreeg ze de eerste van een reeks inzinkingen die haar de rest van haar leven zouden blijven kwellen – en die later deels veroorzaakt werden door het seksueel misbruik door haar half-broer George Duckworth.

Ondanks haar ziekte werd Virginia Woolf journalist en toen schrijfster – en een centrale figuur in de Bloomsburygroep, waartoe ook John Maynard Keynes, E.M. Forster en Lytton Strachey behoorden. Ze trouwde met een van de leden van deze groep, de schrijver en journalist Leonard Woolf. Leonard en zij kochten een kleine handdrukpers, noemden hun uitgeverij The Hogarth Press en publiceerden boeken vanuit hun eetkamer. Ze drukten de radicale romans en politieke essays van Virginia toen niemand anders dat wilde doen, en ze produceerden de eerste volledige Engelstalige editie van de werken van Freud.
In slechts vier korte jaren tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog schreef Woolf vier van haar beroemdste werken: Mrs. Dalloway (1925), Naar de vuurtoren (1927), Orlando (1928) en het essay Een kamer voor jezelf (1929). In maart 1941, toen ze een nieuwe aanval van krankzinnigheid voelde opkomen, verdronk ze zichzelf in de rivier de Ouse. Haar werk heeft ons veel essentiële dingen te leren:
 

1. Merk alles op

Woolf is een van de grote waarnemers van de Engelse literatuur. Het mooiste stukje proza dat ze ooit schreef is misschien wel het essay The Death of the Moth (De dood van de nachtvlinder), gepubliceerd in 1942. Het gaat over wat ze zag toen ze in haar studeerkamer naar een eenvoudige nachtvlinder zat te kijken die gevangenzat achter een raam. Er zijn zelden zoveel diepgaande gedachten losgemaakt door zo’n schijnbaar onbelangrijke situatie (hoewel een onbelangrijke situatie voor Woolf niet bestond):

Ik moest wel naar hem kijken. Ik was me zelfs bewust van een vreemd soort medelijden met hem. De mogelijkheden en kansen op plezier die ochtend leken zo groot en gevarieerd, dat alleen het aandeel van een mot te hebben in het leven – en dat van een mot die maar één dag leeft – een zwaar lot leek en zijn enthousiasme om iets van zijn weinige kansen te maken, zielig was. Hij vloog energiek naar de ene hoek van zijn compartiment, en na daar een seconde gewacht te hebben, naar de andere. Wat restte hem verder dan naar een derde hoek en dan een vierde te vliegen? Dat was alles wat hij kon doen, ondanks de weidsheid van de lucht, de rook van huizen in de verte en de romantische stem, zo nu en dan, van een stoomschip op zee.

Woolf merkte alles op waar jij en ik meestal aan voorbijgaan: de lucht, de pijn in de ogen van iemand anders, de spelletjes die kinderen spelen, het stoïcisme van echtgenotes, het plezier van winkelen in een warenhuis, het interessante aan havens en droogdokken… Toen Emerson (een van haar favoriete schrijvers) zei: ‘In het werk van een geniale schrijver herontdekken we onze eigen verwaarloosde gedachten’, bedoelde hij dat in het algemeen, maar hij beschreef precies wat Woolf zo bijzonder maakt.

In een ander essay, On being ill (Over ziek zijn), betreurt Woolf het feit dat schrijvers zelden over ziek zijn schrijven, een vergissing die typerend lijkt voor het snobisme ten opzichte van het alledaagse in de literatuur:

Het Engels, dat de gedachten van Hamlet en de tragiek van Lear kan uitdrukken, heeft geen woorden voor de rilling en de hoofdpijn… Wanneer een gewoon schoolmeisje verliefd wordt, heeft ze Shakespeare, Donne en Keats om haar gedachten te verwoorden, maar vraag een zieke de pijn in zijn hoofd aan een dokter te beschrijven en de taal schiet onmiddellijk tekort. Dit zou haar missie zijn: Woolf probeerde haar leven lang ervoor te zorgen dat de taal beter beschrijft wie we werkelijk zijn, met al onze kwetsbaarheden, verwarring en lichamelijke gewaarwordingen.

Woolf verhief haar gevoeligheid tot de hoogste vorm van kunst. Ze had het zelfvertrouwen en de ernst om wat haar overkwam – de zintuiglijke details van haar eigen leven – als basis voor de grootste ideeën te gebruiken.
 

2. Accepteer het alledaagse

Woolf was altijd diepgaand, maar nooit bang voor wat anderen triviaal noemden. Ze wist zeker dat haar geestelijke ambities – van schoonheid houden en zich bezighouden met grote ideeën – heel goed samengingen met haar interesse in winkelen, taartjes en hoeden; onderwerpen waarover ze met bijna unieke welsprekendheid en diepgaandheid heeft geschreven. In een essay dat de onprestigieuze kant van het moderne leven onderzoekt, gaat Woolf naar de gigantische havens in Londen:

Er worden wekelijks duizend schepen met duizend ladingen gelost. En niet alleen wordt elke bundel van deze enorme en gevarieerde koopwaar nauwkeurig opgetild en neergezet, maar elk wordt zonder versnelling, verspilling, haast of verwarring gewogen en geopend, bekeken en geregistreerd, en dan weer dichtgenaaid en op zijn plaats gelegd door enkele mannen met opgerolde mouwen, die in het algemeen belang uiterst georganiseerd te werk gaan… maar toch in staat zijn om hun arbeid even te onderbreken en tegen de toevallige bezoeker te zeggen: ‘Wilt u zien wat we soms in de zakken kaneel tegenkomen? Moet u deze slang zien!’
 

3. Wees een feminist

Woolf was zich er uitermate van bewust dat mannen en vrouwen zich in een strak keurslijf van sekserollen persen, en daarmee hun persoonlijkheid tekortdoen. Om ons te kunnen ontwikkelen, moeten we in haar ogen wat aan ‘gender-bending’ doen; we moeten ervaringen opdoen die de grenzen vervagen tussen wat een ‘echte man’ of een ‘echte vrouw’ is. Woolf had een paar lesbische relaties in haar leven en schreef een fantastisch schaamteloze homotekst, Orlando, een portret van haar minnares Vita, die beschreven wordt als een man die een vrouw wordt. ‘Het is fataal om puur en simpel alleen een man of een vrouw te zijn; je moet vrouw-manlijk zijn of man-vrouwlijk.’ (Een kamer voor jezelf). Woolf wilde heel graag de status van vrouwen in haar maatschappij verbeteren. Ze zag in dat het probleem grotendeels veroorzaakt werd door geld. Vrouwen hadden geen vrijheid, vooral geen vrijheid van geest, omdat ze geen controle over hun eigen inkomen hadden: ‘Vrouwen zijn altijd arm geweest, niet alleen de afgelopen tweehonderd jaar, maar al vanaf het begin der tijden. Vrouwen hebben minder intellectuele vrijheid gehad dan de zonen van Atheense slaven. Vrouwen hebben daarom geen schijn van kans gehad om poëzie te schrijven.’

Haar grote feministische strijdkreet, ‘Een kamer voor jezelf’, leidde tot een specifieke politieke eis: om op gelijke intellectuele voet met mannen te komen staan, hadden vrouwen niet alleen waardigheid nodig, maar ook gelijke rechten op onderwijs, een inkomen van ‘vijfhonderd pond per jaar’ en ‘een kamer voor jezelf ’.

Woolf was waarschijnlijk de beste schrijver in de Engelse taal die onze geest heeft beschreven zonder gebruik te maken van het jargon van de klinische psychologie. De generatie voor haar, de victorianen, schreven romans die op uiterlijke details waren gericht: stadstaferelen, huwelijken, testamenten… Woolf stelde zich een nieuwe vorm van uitdrukken voor, die zich zou richten op hoe het vanbinnen voelt om onszelf en andere mensen te kennen.

Boeken zoals die van Virginia Woolf – niet al te sarcastisch, geen avonturenverhaal of onderdompeling in conventies – zijn een contract. Ze verwacht van ons dat we de volumeknop van de geluiden van buitenaf omlaag draaien, dat we de dingen vanuit haar perspectief proberen te bekijken en de tijd nemen om haar subtiele zinnen te lezen. In ruil daarvoor biedt ze ons de kans om de trillingen op te merken die we normaal missen, en om meer waardering te krijgen voor nachtvlinders, onze hoofdpijn en onze fascinerende en veranderlijke seksualiteit.

Lees, als je dit interessant vindt, ook verder over de observaties over sekserollen van antropoloog Margaret Mead.

Deze tekst is een bewerking van een hoofdstuk uit het boek Grote Denkers van The School of Life (Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar).

Collegejaar

Online Collegejaar: Grote denkers

Maak een jaar lang kennis met de belangrijkste denkers uit de westerse en oosterse filosofie, de politieke theorie, sociologie en psychologie en uit de kunst en literatuur – vanuit je eigen huiskamer.

Datum2023-12-16
LocatieOnline
PrijsNiet geprogrammeerd

By The School of Life

Deel dit artikel

Vergelijkbaar nieuws