Wat we leren van Afrikaanse filosofie

blog sophie oluwole2
De belangrijkste filosoof waar je waarschijnlijk nog nooit van gehoord hebt? Dat is zonder twijfel Orunmila. Op 23 mei was de Nigeriaanse filosoof Sophie Olúwolé bij The School of Life om te vertellen wat wij van Orunmila en andere Afrikaanse filosofen kunnen leren. Hieronder vind je een fragment uit haar boek dat op deze dag uitkwam: Socrates en Òrúnmìlà.

Verborgen filosofie

Orunmila stond aan het begin van een Afrikaanse filosofie. Maar het was een filosofie die lang aan het zicht onttrokken was, omdat we dachten dat Orunmila een god was en zijn gedachtegoed occult bijgeloof. Volgens Herodotus, de Griekse historicus uit de vijfde eeuw voor onze jaartelling, was het uitgesloten ook maar iets van een wijsgerige traditie in dit deel van de wereld aan te treffen. Zijn teksten maken duidelijk dat hij onbekend was met de Afrikaanse cultuur. 

Ik ken de namen van alle volken die aan de rand van de berg Atlas wonen, maar niet verder dan daar. Ze leven als nomaden in verplaatsbare huizen, eten vlees, drinken melk, raken het vlees van koeien niet aan. Het land ten westen van het Tritonmeer is vol wilde dieren en vreemde wezens. Mensen met hondenkoppen, mensen zonder hoofd, mensen met ogen op hun borst. (Herodotus) 

Helaas bleef het daar niet bij. Europese kolonisten uit de zeventiende eeuw waren nauwelijks beter op de hoogte. Zij schilderden Afrika af als een donker en primitief continent zonder enig bewijs van een respectabele denktraditie. Het was de Europese homo sapiens die zijn beschaving naar de Afrikanen bracht, die volgens hen niet in staat waren om in rationele, kritische en wetenschappelijke termen te denken. De kolonisten waren niet de enigen die dachten dat het zwarte ras achterlijk was. Amerikaanse, Britse, Franse, Duitse en andere Europese filosofen vielen hen bij. Hun gedeelde opvatting wordt duidelijk met de volgende uitspraak van de Verlichtingsfilosoof Kant:

In het blanke ras vindt de mensheid haar grootste perfectie. Het blanke ras dient als standaard waarmee alle andere rassen te vergelijken zijn. Het zwarte ras staat voor pure stupiditeit. De Neger heeft geen gevoelens die de dwaasheid of een gewelddadige dood te boven gaan… Deze man was van top tot teen zwart, hetgeen bewijst dat alles wat hij zegt dommigheid is. (Immanuel Kant)

In de oudste verslagen van westerse reizigers zien we een gekleurd beeld van het Afrikaanse denken ontstaan. Geïndoctrineerde missionarissen en sociaal bevooroordeelde bestuurders deden verslag van hun avonturen tijdens de zoektochten naar welvaart, curiositeiten en exotisme. Hun typeringen van de ‘vreemde’ volkeren die zij ontmoetten, gaven blijk van een vooringenomen blik. Zij dachten dat hun bevindingen over het wel en wee van de Afrikanen waarheidsgetrouw waren omdat zij immers tussen de Afrikanen leefden. Zij, als enige autoriteit, begrepen hoe hun vreemde gebruiken waren ontstaan. Tenminste, dat dachten ze. Hun vermeende deskundigheid baseerden ze op de populaire uitspraak: ‘Daden zeggen meer dan woorden.’

De missionarissen en bestuurders concludeerden dat Afrikaanse denkbeelden emotioneel, intuïtief, niet-wetenschappelijk en irrationeel waren. Europese en Amerikaanse blanken bevestigden dit beeld, nadat ze met Afrikaanse slaven in aanraking waren gekomen. De algemene consensus was dat het Afrikaanse denken fundamenteel verschilde van en in directe tegenstelling stond ten opzichte van het rationele westerse denken. De hardnekkigheid van dit vooringenomen beeld zien we terug in de opvatting van Afrikaanse filosofen die ook nu nog beweren dat Afrikanen zich in een voorwetenschappelijk stadium van het denken bevinden. Onze uitdaging een Afrikaanse filosofie te onthullen, doet daarom een beroep op ons vermogen dit hardnekkige beeld opzij te zetten.

Wat kunnen we van Afrikaanse filosofie leren?

De erfenis van de klassieke Afrikaanse filosofie heeft veel te bieden. Toekomstige Afrikaanse denkers die recht doen aan hun klassieke traditie, kunnen het Westen voorzien van een gezond alternatief voor hun oppositionele manier van denken. Wellicht dat de Afrikaanse filosofie het besef kan versterken dat de mens één geheel is, en dat hij een eenheid vormt met zijn medemens, de natuur en God. Westerse filosofie vertoont de neiging kunstmatige tegenstellingen op te werpen tussen de kennende versus de handelende mens, vrijheid van het individu versus het algemeen belang van de gemeenschap, door technologie gedomineerde welvaart versus respect voor en harmonie met de natuur. Deze tegenstellingen zijn zo in het westerse denken vastgeroest dat ze inmiddels vooruitgang blokkeren. Als we de wilde speculaties van klassieke westerse denkers opzijzetten en met Afrikaanse ogen naar hedendaagse kwesties kijken, ontstaat er wellicht een ander inzicht: een inzicht waar eerder geen ruimte voor was, omdat het westerse kader altijd zo overheerste.

Het gaat er niet om de superioriteit van het Afrikaanse denken ten opzichte van het westerse aan te tonen. Beide denkkaders hebben hun zwakke en sterke punten. Zowel Socrates als Orunmila waren grote denkers, die beiden hun waarde hebben bewezen. Door simpele vertaalfouten en interpretatieverschillen heeft de Afrikaanse filosofie echter nooit haar bijdrage aan de wereldfilosofie kunnen leveren. En dit terwijl deze filosofie een even positieve bijdrage aan het wereldgedachtegoed levert als enig andere filosofie.

Als we lessen willen trekken uit de Afrikaanse filosofie, moeten we in het oog houden dat de betekenis van concepten en ideeën nooit een-op-een te vertalen is. Vertalen is uitleggen, interpreteren en begrijpen. Dat geldt ook voor het hanteren van verschillende denkkaders. Door ideologieën op te schorten, tonen we ons respect voor wat ik als onschendbaar principe beschouw: elke tekst die bewijst rationeel, kritisch en wetenschappelijk te zijn, verdient de naam filosofie. Wat voorop staat is respect voor de menselijke ervaring, en door dit respect ontdek ik het complementair-dualistische denkkader. Het is de roeping van denkers die tekortkomingen in bestaande filosofieën ontdekken om nieuwe ideeën te creëren. Een goede beheerder van het denken gooit nooit het kind met het badwater weg. Ik hoop oprecht dat mijn aarzelende eerste stappen op dit interculturele pad anderen uitdagen verder na te denken.

Dit is een fragment uit het boek  Socrates en Òrúnmìlà (Ten Have; 2017) van Sophie Olúwolé.

Dit blogartikel wordt binnenkort aangevuld met antwoorden op enkele vragen die wij Sophie Olúwolé na het evenement hebben gesteld.

Recent entries