Verander jezelf, begin bij de wereld.

blog change

Politiek filosoof Remko van Broekhoven, docent van Changemakers, werd activist op zijn zesde. Lees hier de lessen die hij sindsdien heeft opgedaan over succesvol veranderen.

Door Remko van Broekhoven

Ik heb nogal wat geprobeerd te veranderen in mijn ruim 51-jarige leven. De wereld, om te beginnen. Toen ik een jaar of zes was, weigerde ik Coca Cola te drinken. Een eenmans-consumentenboycot. Dat zat zo: Coca Cola was gemaakt van de sigarettenpeukjes van de Amerikaanse president Nixon. Althans, dat had de vader van mijn vriendje Mikkel me verteld, de dichter Harry ‘Habakuk de Balker’ ter Balkt. 

Niet veel later onthulde mijn schoolmeester dat de ozonlaag rond de aarde kapotging aan het gas van spuitbussen. Dus verstopte ik voortaan de toiletverfrisser in elk toilet dat ik aandeed. In de jaren daarna volgden vele andere vormen van vaak serieuzer activisme: demonstraties tegen kernwapens, de weigering als soldaat om deze te bewaken, met handtekeningenlijsten langs de deur voor de vrijlating van Nelson Mandela, geld ophalen voor verzetsstrijders in Latijns-Amerika, en heel veel studeren, spreken en schrijven, altijd met het doel om de wereld beter te maken dan ze was of dan ze zou zijn als ik haar niet zou proberen te veranderen.

Al heel vroeg ontwikkelde ik het onvermogen mijzelf tevreden in de spiegel aan te kijken wanneer ik die dag niet voldoende de wereld veranderd had. Ik draaide als het ware de bekende uitdrukking om tot Verbeter jezelf, begin bij de wereld. Altijd probeerde ik een nieuwe mens te worden, beter dan de oude die ik de dag ervoor nog was. Door hard te studeren. Door fanatiek te sporten. Door netjes bij de deur van de trein te wachten tot ieder was uitgestapt. Verandering ten goede was niet zozeer een vrije keuze: het was een plicht die ik mezelf oplegde.

Al met al denk ik dat ik in vele jaren van veranderen wel het een en ander verbeterd heb. Maar natuurlijk zijn er ook altijd onvoorziene of zelfs ongewenste effecten. Je bent te fanatiek en soms zelfs extremistisch, en doet daarmee mensen pijn in plaats van ze verder te helpen. ‘Goed voor de mensheid, slecht voor de mens,’ heette dat ooit, onder verwijzing naar een linkse politieke partij die ik hier niet bij naam zal noemen. Je strijdt soms voor de verkeerde zaak: althans voor een zaak die je naarmate de jaren en het inzicht vorderen, als verkeerd gaat zien. Of je strijdt voor de goede zaak en doet dat ook op efficiënte wijze, maar ondertussen verwaarloos je je vrienden of je gezin, en misschien wel je eigen gezondheid.

Toen ik in 2010 Verbeter de wereld, begin om halfelf schreef, realiseerde ik me pas echt hoe veeleisend en onverdraagzaam veel idealen en ambities kunnen uitpakken. Zo had ik jarenlang ongelijkheid willen aanpakken en uitbannen, zonder genoeg te beseffen hoezeer mensen zich juist graag van anderen willen onderscheiden, en hoezeer ze gestimuleerd worden dat te doen door verschillen in beloning en waardering.

Een vergelijkbaar hardhandige houding tegenover de realiteit had ik voor mezelf in petto. Altijd maar een betere mens willen worden, kan impliceren dat je nooit voldoet. En heb je het een bereikt, dan dient het volgende doel zich alweer aan. Dit geldt voor persoonlijke ambities evenzeer als voor maatschappelijke idealen. Zeker wanneer je jezelf met anderen vergelijkt, die het in jouw ogen ‘beter’ doen dan jijzelf. Alsof je die ‘ander’ zijn of worden kan (om maar weer een nieuwe betekenis aan het begrip veranderen te geven). 

Het waren Stoïcijnse filosofen als Epictetus die er ooit op wezen dat als je van het leven al een wedstrijdje wilt maken je je maar beter met jezelf meet, en niet met andere mensen. Dan is bijvoorbeeld de vraag: heb ik er vandaag uitgehaald wat erin zat, in tegenstelling tot de situatie waarin ik me niet voor een bepaald doel zou hebben ingezet? Wees dan vooral zo mild mogelijk voor jezelf, en respecteer het ook wanneer er even niet uitkwam wat je ervan maken wilde.

Wat ik gaandeweg ontdekte was dat ik er beter in slaagde om verandering te realiseren wanneer ik kon accepteren. Of, in woorden die ook vaak aan Epictetus worden toegeschreven: 'Geef me de kalmte om te dingen te accepteren die ik niet kan veranderen; de moed om te veranderen wat wel te veranderen is; en de wijsheid om het een van het ander te onderscheiden.' Zo organiseerden we met de actiegroep De Wereld Is Niet Te Koop in 2003 een consumentenboycot van Albert Heijn toen Ahold-topman Moberg een miljoenenbonus kreeg. Moberg keerde op zijn schreden terug. Ik mag graag hopen dat hij dit mede onder invloed van onze boycot deed.

Dat er in de vijftien jaar erna nog heel veel geld is uitgekeerd aan ‘topmannen’ in Nederland, tot en met de recente commotie over ING-topman Hamers aan toe, zou moedeloos kunnen maken. Ik begrijp nu de logica achter de bonussen, hoezeer ik ze ook afkeur. En ik denk dat verzet organiseren niet zinloos wordt wanneer je een slag – of de oorlog – verliest. Je hebt in elk geval gevochten voor wat je waard was.

Ook naar mezelf ben ik veel en veel milder geworden: dat ik probeer, hopelijk iedere dag met wat meer inzicht, bij te dragen aan welzijn voor anderen én mezelf, is de max. Meer hoeft dat niet te zijn. Tussen niets of alles ligt een wereld vol waardevolle daden.

Politiek filosoof Remko van Broekhoven is docent van de reeks Changemakers.

Recent entries