Stoïcijnse oefeningen

blog stoa
Dit is een vertaling van een blogpost die eerder verscheen op het blog van Massimo Pigliucci How to Be a Stoic.

Stoïcisme is een praktische filosofie met weinig tolerantie voor triviale argumentaties en muggenzifterij. Zoals Epictetus stelde:

We weten hoe we argumenten kunnen analyseren en hebben de benodigde vaardigheid om competente logici te evalueren. Maar wat doe ik in het leven? Vandaag zeg ik dat iets goed is, terwijl ik morgen zweer dat het slecht is. De reden is dat ik vergeleken met mijn kennis over syllogisme, ver achter loop in mijn kennis en ervaring over het leven. (Discourses I, 1.32).

Dit is waarom geïnteresseerden in Stoïcisme niet alleen klassieke en moderne auteurs lezen, ze doen ook praktische oefeningen. 

Wat doet een doorsnee Stoïcijn dan dagelijks? Wat betekent het om filosofie te ‘beoefenen’? In plaats van het schrijven van een theoretisch essay, leek het mij nuttig om te kijken naar een voorbeeld van de Stoïcijnse praktijk: die van mij.

Ik herzie mijn schema zo nu en dan, maar het bestaat op dit moment uit de volgende elementen:

Ochtend-overpeinzing over een klassiek citaat. Ik kies een fragment van een van de oude Stoïcijnen uit mijn altijd groeiende bibliotheek, lees het een paar keer en reflecteer erop. Vervolgens post ik het op de Stoïcijnse Facebookgroep. Het citaat herinnert mij eraan waarom ik het Stoïcisme als persoonlijke filosofie heb gekozen.

Constante ethische mindfulness. Het woord dat de Stoïcijnen voor mindfulness gebruikten was prosochē, wat opletten betekent. Voor mij houdt dit in dat ik hic et nunc (hier en nu) probeer te leven, zonder spijt van het verleden en zonder zorgen over de toekomst, want op beide heb ik geen invloed. Het doet mij er ook aan herinneren dat bijna alles wat we doen een ethische dimensie heeft, van waar we boodschappen doen of ons geld stallen tot hoe we onze familie, vrienden, collegae en zelfs vreemden behandelen. Het helpt als je één of meerdere rolmodellen uitkiest – Socrates, Cato, Nelson Mandela of Malala Yousafzai – en bij twijfel momenten jezelf afvraagt: wat zou hij/zij doen?

Bewust proberen de rollenethiek van Epictetus te belichamen. Zoals Brian Johnson bepleit in zijn boek Epictetus’ Role Ethics: Stoicism in Ordinary Life, kan Stoïcijnse ethiek het beste beoefend worden door het volgen van de volgende suggestie van Epictetus. Hij raadt ons aan eigenaar te worden van de verschillende rollen die we spelen in ons leven (vader, partner, vriend, leraar, collega, etc.), zodat we zo goed mogelijk worden in het spelen van die rollen. Ik moet hier direct aan toevoegen dat dit niet “doen alsof” of “spelen” in de negatieve zin van het woord inhoudt, maar het serieus nemen van wie we zijn en onze verantwoordelijkheden.

Filosofisch dagboek in de avond. Elke avond zonder ik mij af in mijn appartement en besteed ik een paar minuten aan het beoordelen van de dag die net voorbij is. Ik volg hierbij Seneca’s suggestie:

“De geest moet dagelijks onderzocht worden. Sextius had het gebruik om aan het einde van de dag, tijdens het uitrusten, aan zijn geest te vragen: ‘Welke slechte gewoonte heb je genezen vandaag? Welke ondeugd heb je onder controle gehouden? Op welke manier ben je verbeterd?’ … Hoe fijn is de slaap na dit zelfonderzoek? Hoe kalm, degelijk en zorgeloos is het wanneer onze geest lof heeft gehad of berispt is en wanneer onze geheime onderzoeker en censor zijn rapport over onze moralen heeft gemaakt? Ik gebruik dit privilege en bepleit aan mijzelf mijn zaak: wanneer de lamp uit mijn zicht is gehaald en mijn vrouw (die mijn gewoonte kent) stil is, kan ik de hele dag beoordelen en herhalen wat ik gezegd en gedaan heb. Ik verberg niets van mijzelf en sla niets over, want waarom zou ik bang zijn voor mijn tekortkomingen als ik de macht heb om te zeggen: ‘Ik vergeef je deze keer, maar laat het niet weer gebeuren.’?” (On Anger, III.36)

Sporadisch: premeditatie malorum. De premeditatio malorum is een contemplatie van mogelijke aankomende tegenspoed. Neem de tijd om in gedachten iets te beleven wat je verschrikkelijk vindt.

Sporadisch: beschouwing van bovenaf. Het bovenaanzicht helpt ons onze problemen in een breder perspectief te plaatsen, bijvoorbeeld het perspectief van de mensheid als geheel (met haar pijnlijke geschiedenis) of zelfs het perspectief van de kosmos zelf (in zijn uitgestrektheid over tijd en ruimte). Stel je voor dat je vanaf het plafond naar jezelf aan het kijken en zoom in je gedachten steeds verder uit. Kijk vanaf boven naar je huis, de stad, het land, en dan naar de hele aarde. 

Actief bestuderen van het Stoïcisme door het lezen van en het schrijven over de klassieke en moderne Stoïcijnen. Wat betreft het lezen, blijf ik niet alleen teruggaan naar de oude teksten, waarbij ik vaak verschillende vertalingen van een tekst lees, ook blijf ik mijn bibliotheek van hedendaagse auteurs uitbreiden. Er is een overvloed aan goede boeken over het Stoïcisme, van onder anderen Larry Becker, Margaret Graver, Bill Irvine, Anthony Long, Don Robertson en John Sellars.

Eens per week: vasten. Seneca herinnert ons meerdere malen aan een oefening die ons helpt te waarderen wat we hebben. Een oefening die eveneens een voorbereiding is op tegenspoed. Af en toe moet je zonder een paar van je dagelijkse voorkeuren leven. Musonius Rufus schreef: “Het beheersen van verlangens naar eten en drinken is het begin van, en de basis voor, zelfbeheersing.” (Lectures 18A.1) Dat is dus wat ik probeer te doen: eens per week vast ik een dag en neem ik geen alcohol (voor Italianen is avondeten zonder een glas wijn bijna een zonde…). Ik noem het mijn “doorstaan & afzweer” dag, ter ere van Epictetus. Een bijwerking is dat het goed voelt op psychologisch vlak (zelfbeheersing is empowering!) en fysiek vlak (ik voel me de volgende ochtend verfrist en klaar om aan de slag te gaan).

Regelmatig: zelfopgelegd ongemak. Dit is een andere variant van de bovenstaande oefening. Ik eindig mijn douches bijvoorbeeld met alleen de koude kraan aan. Of ik ga in de winter zonder jas naar buiten. Het idee is niet om te lijden ter wille van het lijden, noch om dingen te doen die slecht zijn voor de gezondheid. Het is wederom een herinnering aan wat we hebben en misschien vanzelfsprekend vinden en een training voor als we we ooit honger moeten lijden of slechte kleding hebben. Je weet immers nooit wat Fortuna voor ons in petto heeft.

Uithoudingsvermogen en fysieke training. De Stoïcijnen hadden verschillende meningen over fysieke inspanning. Over het algemeen kreeg het niet veel aandacht van de late Romeinse Stoïcijnen (Seneca, Epictetus, Marcus), terwijl de vroege Griekse Stoïcijnen (Zeno, Cleanthes, Chrysippus) er vol lof over waren. Cleanthes was een bokser en omdat ik vechtsporten zoals judo, kung fu en karate waardeerde toen ik jong was, heb ik me opgegeven voor kickboksen bij het lokale sportcentrum. Ik merk dat het uithoudingsvermogen vergt, geduld kweekt en mijn concentratievermogen ontwikkelt. Mens sana in corpore sano, een gezonde geest in een gezond lichaam, zeiden de Romeinen.

Het bovenstaande klinkt misschien als veel, maar de meeste oefeningen nemen weinig tijd in beslag en hoeven niet dagelijks gedaan te worden. Het is ook slechts mijn eigen voorbeeld van hoe je als Stoïcijn kan leven. Verschillende mensen ontwikkelen hun eigen versies, afhankelijk van wat zij het nuttigst vinden en hoe toegewijd ze zijn aan de filosofie. Het belangrijkste is om te beginnen en eraan vast te houden, want zoals Epictetus het stelde:

Geconfronteerd door iets pijnlijks of plezierigs, iets wat roem of diskrediet brengt: wees ervan bewust dat de crisis nu is, dat de Olympische Spelen zijn begonnen. Uitstellen is niet meer een optie. De kans op vooruitgang, iets houden of verliezen, hangt af van de gebeurtenissen van een enkele dag. (Enchiridion 51.2).

Recent entries