Experimenteren met geld

blog geld

Door Karim Benammar

De angst voor een hernieuwde crisis – een wereldwijd falen van het globale economische systeem – zit nog diep in ons. We maken ons kwaad over het gedrag en inkomen van bepaalde bankiers en zoeken naar zondebokken. We vinden het schandalig dat de kwetsbaarste groepen – ouderen, jongeren, zieken, armen – weer de grootste klappen hebben gekregen. Maar welk economisch systeem zouden we juist wel willen voor onszelf en onze samenleving? Omdat verandering op globaal niveau politieke consensus en nieuwe wetgeving vereist, bespreek ik hier stappen die we kunnen nemen als individu of als groep gelijkgestemden. 

Wat geldsystemen aantrekkelijk maakt voor mij als filosoof is dat ze op ideeën gebaseerd zijn. Geld is een idee. Aandelen, beurzen, verzekeringen, pensioenen, opties en derivaten zijn dat ook. Enerzijds heeft ons globaal economisch systeem gezorgd voor een ongekende welvaart voor miljarden mensen. Anderzijds draagt het bij aan milieuvernietiging, uitbuiting en blijvende armoede. Maar het systeem staat niet voor eeuwig vast; we kunnen het veranderen door nieuwe ideeën te bedenken en deze in de praktijk te brengen. Drie fundamentele inzichten over geld en waarde bieden ons drie strategieën voor verandering.

Eerste inzicht: waarde heeft een dubbele betekenis. We gebruiken het woord ‘waarde’ zowel voor financiële waarde als voor menselijke waarde(n). Deze twee soorten van waarde functioneren met compleet verschillende mechanismen, maar zijn tegelijkertijd hecht met elkaar verbonden. Om een financiële waarde te bepalen hebben we een overeenkomst en een transactie nodig, en minstens twee personen. Ik kan mijn huis voor drie ton te koop zetten, maar het zal dit alleen waard zijn als iemand het voor dit bedrag ook daadwerkelijk koopt. Op alle andere tijden heeft het huis alleen een virtuele en niet een vaste waarde. Dit geldt ook voor al onze bezittingen, vastgoed en inventarissen; deze hebben altijd een virtuele waarde, behalve op het moment van transactie. Voor menselijke waarden hebben we in principe maar één persoon nodig: ik kan zelf stellen dat ik iets waardevol vind, zoals lekker eten, een elektrische auto, elegante kleding, maar ook vrijheid of zelfontplooiing.

Het financiële systeem zou onze persoonlijke waarden moeten uitdragen, terwijl het nu vaak zo is dat financiële waarden onze persoonlijke waarden dicteren. Hoe zorgen we dat ons economisch systeem aansluit op onze persoonlijke waarden? De simpelste manier is om je persoonlijke consumptie te verbinden met waarden die je belangrijk vindt. Dit wordt steeds makkelijker door certificering van fruit, koffie, cacao, vis, hout, kleding, witgoed enzovoort. Certificering is een mooi idee en een doeltreffend middel – je hoeft het immers niet allemaal zelf uit te zoeken. Je hebt macht als consument en die kun je gebruiken. Een andere manier om je waarden uit te dragen is crowdfunding. Zoals het Ocean Cleanup project van Boyan Slat, waarbij je bijdraagt aan het op wereldschaal verwijderen van plastic uit de oceanen.

Welke investeringen en waarden worden ondersteund met je spaargeld? Hier kun je natuurlijk je bank op uitzoeken. Als je wat avontuurlijker bent kun je kiezen voor nieuwe vormen van peer-to-peer leningen en zelf bepalen welke projecten – en waarden – je wilt ondersteunen. Maar voor de meesten van ons is onze pensioenpot verreweg de grootste spaarpot. Omdat ik een paar jaar in het onderwijs heb gewerkt, investeerde ik tot 2007 in clustermunitie via mijn pensioenpremie bij het abp – en nu nog steeds in wapens, tabak en steenkolen. Als zelfstandige kan ik mijn eigen oudedagsvoorziening zelf bepalen: in wat voor soort activiteiten en bedrijven zal ik investeren om er later van te kunnen leven? De uitbreiding van zeggenschap over onze pensioenmiljarden – bijvoorbeeld door vormen van certificering – zou een enorme globale impact hebben.

Tweede inzicht: geld wordt meestal gezien als een ruilmiddel en een oppotmiddel. Deze functies heeft het ook, maar in eerste instantie is geld een puntensysteem. Zolang je een waarde-eenheid hebt en een manier om rekeningen bij te houden, heb je een economisch systeem. Op de eerste Soemerische kleitabletten van duizenden jaren voor Christus werden veestapels bijgehouden, lang voordat geld bestond. Ons girale geldsysteem, waarin we pinnen en internetbankieren, is overduidelijk een puntensysteem; het geld gaat niet steeds heen en weer, maar wordt aan het einde van de dag verrekend tussen banken. Het werkt ook andersom: airmiles en bonuspunten zijn puntensystemen en dus vormen van geldsystemen. Je hebt fysiek geld niet nodig om een geldsysteem te maken. Tegelijkertijd belet niets je om waardecoupons – een vorm van bankbiljetten – in omloop te brengen.

Omdat een geldsysteem in essentie niets anders is dan een puntensysteem kun je het vrij makkelijk met een groep gelijkgestemden opzetten om je waarden in praktijk te brengen. Met complementair geld, dat naast het officiële geld bestaat, bevorder je bepaald gedrag. De Gooise gulden die econoom en SP-wethouder Arjo Klamer (1953) in Hilversum aan het opzetten is, heeft als doel de lokale economie te stimuleren. Complementaire geldsystemen bevorderen ook lokale economische activiteiten, zoals het zogeheten Sardex puntensysteem voor bedrijven op Sardinië. De eenheid van waarde kan ook tijd zijn, zoals tijdsbanken voor het bijhouden van uren wederzijdse hulp. Het wereldwijde compensatiesysteem voor CO2-uitstoot is een creatief geld/puntensys- teem – inclusief kinderziekten.

Maar hoe kun je zomaar je eigen geldsysteem opzetten? Geld heeft toch gewoon een eigen waarde? Het antwoord hierop vinden we in het derde inzicht: een economisch systeem berust op vertrouwen. Een munteenheid is alleen maar een meetlat en heeft geen waarde op zich. Een financiële waarde wordt uitgedrukt in euro’s of dollars zoals een lengte uitgedrukt wordt in meters. Daarom kan alles als geld dienen, zolang er maar vertrouwen bestaat in de omvang van de voorraad. We hebben in de loop van onze geschiedenis on- der andere stenen, schelpen, tabak, metaal en papier als geld gebruikt. Zilver en goud lijken een waarde op zich te vertegenwoordigen, maar functioneerden sinds de oudheid juist door een beperkte voorraad. Toen de wereldvoorraad zilver in de Nieuwe Wereld in de 16de eeuw enorm uitdijde door de ontginning in Spaanse mijnen, had dit een flinke inflatie tot gevolg.

Juist het garanderen van vertrouwen is door recente technologische ontwikkelingen een stuk makkelijker geworden. Online platforms voor het ruilen of verhuren van huizen, auto’s en gereedschap functioneren op basis van bevestigde identiteiten, wederzijdse beoordelingen en overzicht van een beheerder, en winnen hiermee het vertrouwen van de gebruiker. Nieuwe technologieën als blockchain, dat gebruikt wordt voor Bitcoin, maken volledig transparante systemen mogelijk, waardoor iedereen alle transacties op elk moment kan controleren. Er is geen centraal overzicht meer nodig, en dat is nou juist de rol van overheden, banken en accountants.

Door bewust consumeren, crowdfunding en zeggenschap over ons pensioen zorgen we dat ons geld bijdraagt aan onze waarden. Door complementaire geldsystemen te ontwikkelen – en slim gebruik te maken van systemen om vertrouwen te waarborgen – faciliteren we economische activiteit die niet door het huidige systeem wordt bevorderd. Dit zijn allemaal manieren om financiële waarde te scheppen die in dienst staat van onze menselijke waarden. Ondanks onze schrik over de uitwassen van bepaalde financiële instrumenten, geloof ik dat onze toekomst juist ligt in het creëren van en experimenteren met nieuwe financiële systemen.

Op 20 juni houdt Karim Benammar, de auteur van dit artikel, een interview met de vernieuwende econoom Kate Raworth. Bekijk Masterclass: Kate Raworth - The limits to growth voor meer informatie.

Dit artikel verscheen eerder in het boek Brainwash (Nijgh & Van Ditmar).

Recent entries