Een ode aan zelfmedelijden

blog zelfmedelijden2

Zelfmedelijden heeft een slechte reputatie. En toch, als we eerlijk zijn, is het iets wat we vaak voelen. En stiekem is het dan eigenlijk best prettig. 

Het was een zonnige zondagmiddag; je was negen jaar oud. Van je ouders mocht je pas een ijsje als je je huiswerk af had. Dat was zo oneerlijk. Ieder ander kind op de wereld was aan het voetballen of televisiekijken. Er was vast niemand anders met zulke gemene ouders als jij. Het was vreselijk. 

Zelfmedelijden; we zijn er – in theorie – sterk op tegen. We vinden het onaantrekkelijk omdat het egoïsme in zijn meest basale vorm blootlegt. Het wijst op ons onvermogen ons eigen leed in het juist perspectief te zien. Het laat zien hoe voor ons een gestoten teen zwaarder weegt dan miljoenen doden ergens ver weg.

We treuren om minuscule rampen terwijl de grote drama’s die zich op het wereldtoneel voltrekken ons koud laten. Onze gedachten worden beheerst door een slecht geknipte pony of een niet goed klaargemaakt biefstuk, terwijl we nauwelijks aandacht schenken aan de arbeidsomstandigheden in China of de Gini-coëfficiënt van Brazilië. 

Niemand geeft graag toe ten prooi te vallen aan zelfmedelijden. En toch, als we eerlijk zijn, is het iets wat we vaak voelen. En stiekem is het dan eigenlijk best prettig. 

We verdienen veel meer medelijden dan anderen ons doorgaans geneigd zijn te geven. Het leven is in werkelijkheid op vele fronten gruwelijk zwaar – zelfs voor degenen die een magnifieke toekomst voor zich zien en een fraaie designkoelkast hebben. Onze talenten worden nooit op waarde geschat, onze beste jaren glippen ons onherroepelijk als zand door de vingers, en we zullen niet alle liefde ontvangen die we nodig hebben. We verdienen medelijden, en als er verder niemand is die ons dat kan geven, zullen we onszelf een gepaste dosis moeten toedienen.

De aanleiding kan vanuit een breder perspectief gezien belachelijk lijken – wee mij, die nooit in een Ferrari zal rijden; ik dacht dat we naar een Japans restaurant zouden gaan maar ze hebben ons in een eetcafé neergezet en nu ben ik heel verdrietig. Maar dit zijn juist de aangewezen momenten om na te denken over de fundamentele zorgen van het bestaan, waarvoor we oprecht het grootste mededogen verdienen.

Stel je een leven zonder zelfmedelijden voor. Onze staat van mentaal ongemak zou dan in een veel ernstiger categorie vallen: depressie. Een depressief persoon beheerst vaak de kunst van het zelfmedelijden niet meer en is te streng geworden voor zichzelf.

Een ouder die zijn kind moet troosten, is vaak uren met pietluttigheden in de weer: een zoekgeraakt speeltje, een kapot oog van een pop, het kinderpartijtje waar het kind niet voor is uitgenodigd. Hun gedrag is echter allesbehalve belachelijk; ze leren in wezen hun kind voor zichzelf op te komen – en ruimte te maken voor het belangrijke besef dat ‘kleine’ drama’s grote innerlijke gevolgen kunnen hebben. We leren gaandeweg op deze ouderlijke manier met onszelf om te gaan en zijn zodoende in staat medelijden met onszelf te hebben op de momenten dat niemand anders met ons meevoelt. 

Het is niet noodzakelijkerwijs geheel rationeel, maar wel een manier om ermee om te gaan. Een eerste beschermlaag die we ontwikkelen om een aantal enorme teleurstellingen en frustraties die we op ons levenspad aantreffen, te kunnen doorstaan. De defensieve houding van zelfmedelijden is verre van verachtelijk. Het is aandoenlijk en belangrijk. 

Vele religies geven uiting aan deze opvatting door de uitvinding van goden die de mensheid met onuitsprekelijk medelijden aanschouwen. Binnen het katholicisme bijvoorbeeld wordt de maagd Maria vaak huilend afgebeeld, uit mededogen voor alle ellende die een mens doorgaans moet doorstaan. Dergelijke zachtaardige wezens zijn in feite projecties van onze eigen behoefte aan mededogen. 

Zelfmedelijden is compassie met onszelf. Een volwassener deel van het zelf ontfermt zich over de zwakke, verdwaasde delen van de geest en stelt ze gerust, streelt ze, vertelt ze dat ze weliswaar prachtig zijn, maar verkeerd worden begrepen. Het stelt ze in staat om tijdelijk iets babyachtigs te hebben – omdat ze dat in feite zijn. Het verschaft de onvoorwaardelijke, bevestigende liefde die iedere baby en, veel belangrijker, iedere volwassene nodig heeft om het leed van het leven te kunnen dragen.

 

Dit is een bewerking van de tekst Zelfmedelijden uit het boek Kleine genoegens van The School of Life (Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, vertaald door Erik de Vries).
Kleine Genoegens is verkrijgbaar in onze winkel op het Frederiksplein 54.

Wil je je zelfmedelijden beter onderzoeken? Kom dan naar de Filosofische Retraite. Vier dagen breng je door op een oogverblindend landgoed om in rust na te denken over je leven.

 

Recent entries