Coco Chanel - Wat onthult jouw kleding?

Coco Chanel

De wereld van de mode kan heel lichtzinnig overkomen. Ze lijkt ijdelheid in de hand te werken en snobisme te stimuleren; ze bevordert prestige op een manier die niet bepaald gunstig is.

Deze frivole, narcistische kant van de mode is betreurenswaardig, want in het beste geval kan mode in belangrijke opzichten completeren. Kleding kan ideeën overbrengen over wat bewonderenswaardig of inspirerend is, ze beïnvloedt je humeur en helpt je je identiteit te definiëren. Mode kan een heel serieus deel van het leven zijn – maar ze is grotendeels prijsgegeven aan pretentie, excentriciteit en dwaasheid.

De persoon die het meest heeft gedaan om het positieve potentieel van mode te realiseren – en die haar ware doel te geven – was de Franse ontwerpster Coco Chanel. Ze werd op 19 augustus 1883 geboren in Saumur, in de Loirevallei. Haar moeder overleed toen ze nog een kind was; ze groeide op in armoede en afzondering. Ze kreeg onderwijs van liefdadige nonnen. Tot ze begin twintig was, werd ze Gabrielle genoemd, maar toen ze carrière probeerde te maken als variétéartieste, veranderde ze haar naam in het aparter klinkende ‘Coco’.

Ze begon als hoedenontwerpster, sloot vriendschap met veel invloedrijke mensen en had verscheidene relaties met Britse en Russische hertogen – misschien ter compensatie voor haar vroegere kwetsbare sociale status.

Hoewel we er vaak niet veel aandacht aan besteden, is kleden een manier van communiceren. We zijn heel ontvankelijk voor wat iemand aanheeft. Vóór Coco Chanel was stijlvolle kleding ingewikkeld en heel duur. Ze werd ontworpen om de verfijnde, passieve eigenschappen van de draagster te benadrukken.

Zulke kleding gaf een indruk van broosheid en verfijning. De draagster werd als poëtisch, misschien een beetje dromerig en gevoelig gepresenteerd. Vrouwen die deze kleding droegen zagen er niet uit alsof ze zin hadden in het avondeten. Het beeld dat werd uitgedragen was niet als een accurate uitdrukking van iemands persoonlijkheid bedoeld, het vertegenwoordigde eerder een ambitie, een ideaal. De victoriaanse vrouw was misschien onzeker, had een luide lach en hield van schuimgebak, maar de kleding die ze droeg gaf een geïdealiseerd beeld van welke kant ze op wilde, van hoe deze vrouw idealiter wilde zijn.

Wat Coco Chanel deed was een beter ideaal uitvinden. In 1926 introduceerde ze de eenvoudige little black dress.

Het zwarte jurkje droeg een andere kijk op het bestaan uit, een ander ideaal. Het drukte energie en doelbewustheid uit; de draagster was intelligent, maatschappelijk betrokken; ze had misschien haar eigen bedrijf, werkte op het ministerie van Financiën of schreef een experimentele roman.

Chanel maakte dit ideaal ook veel gemakkelijker bereikbaar. Het jurkje kostte een fractie van de prijs van zijn meer indrukwekkende rivalen. De bedoeling van het ontwerp was dat het langdurig was. Niet alleen in de zin van fysieke duurzaamheid, maar ook in de psychologische zin van het woord, van niet gedateerd raken. Dus de jurk die je in 1926 kocht, was ook nog draagbaar in 1927 of 1937.

Het was zelfs de bedoeling dat het jarenlang draagbaar was, wat de rendabiliteit van chic zijn radicaal veranderde.

Een ander aspect van Chanels ontwerp was dat de keuze beperkt was. Het jurkje was er alleen in het zwart, dus het hoefde je geen hoofdbrekens te kosten. Ze maakte het idee van stijlvol zijn makkelijker en eenvoudiger. Het zwarte jurkje was ontworpen om het makkelijk en niet duur te maken om er elegant uit te zien.

Het zwarte jurkje was ontworpen als het kledingequivalent van het model T van Ford (ook wel de T-Ford genoemd, die – niet geheel toevallig – ook alleen in het zwart verkrijgbaar was). De T-Ford had de auto-industrie radicaal veranderd, omdat dit de eerste auto was die betaalbaar was voor een grote groep mensen. In plaats van dat persoonlijke transportmiddelen een luxe voor een klein aantal mensen waren, werden ze meer wijdverbreid en uiteindelijk normaal. Chanel had eenzelfde nobele ambitie: zij wilde haar visie van elegantie eenvoudig, tijdloos en – vooral – wijdverbreid maken. Chanel zocht – zoals Vogue in een scherpzinnig artikel uit 1926 schreef – naar een ‘uniform voor de vrouw met smaak’.

Het Chaneljurkje – of iets goedkopers dat erop lijkt – benadrukt verscheidene bewonderenswaardige deugden: het idee dat je efficiënt, georganiseerd en serieus bent, en de touwtjes goed in handen hebt, zonder puriteins of streng te lijken. Zulke kleding benadrukt de lange termijn, ze suggereert dat we waardering moeten hebben voor dingen die blijvend zijn en dat we niet steeds voor iets anders warm moeten lopen. Zulke kleding stelt dat elegantie een belangrijke zaak is in een volle, drukke wereld: ze betekent efficiëntie zonder het verlies van gratie.

Veel van Coco Chanels verrichtingen tijdens haar lange en uiterst succesvolle carrière waren toegespitst op het ontwikkelen van een karakteristiek merk. En ze hield zich niet alleen bij kleding. Ze ontwierp ook handtassen, sieraden en het – vanuit commercieel oogpunt heel belangrijke – parfum Chanel No. 5.

De katholieke kerk had geuren lange tijd gebruikt om vroomheid te bevorderen. De kerk besefte dat geuren van invloed zijn op het gemoed.

De geur van brandende wierook kon de gemeente ertoe aanzetten om zich te concentreren, laten voelen dat er iets speciaals gebeurde.

Chanel wilde dat haar geur associaties met een bepaald soort persoon opriep: zelfverzekerd, sterk, aantrekkelijk en onafhankelijk.

Het doel was niet alleen om haar zakenimperium uit te breiden, maar om een fijne levenservaring die in een bepaalde context was opgedaan op een breder vlak uit te dragen. Chanel was dol op badpakken en het strand, en ze hield van sportkleding. Daar was ze niet de enige in. De stappen die ze nam lijken achteraf gezien altijd voor de hand liggend, maar destijds was dat niet zo. Ze nam het plezier van het strand heel serieus en probeerde de algemene, opnieuw bruikbare essentie van een bepaald soort plaatselijk gevonden geluk te extraheren.

***
Coco Chanel was niet in alle opzichten bewonderenswaardig. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen Parijs bezet was door het Derde Rijk, woonde ze in het Hôtel Ritz en bracht ze veel tijd door met hooggeplaatste nazi’s. Ze stond op meer dan goede voet met hen en werkte uiteindelijk als spion, hoewel pas later werd ontdekt wat ze gedaan had. Zoals bij zoveel kunstenaars was haar werk beter dan zijzelf. Ze stierf in 1971 in Parijs. Ze was toen 87 jaar.

In het Utopia zou er wel mode zijn, maar die zou anders zijn dan de mode die we nu kennen. De mode van het Utopia zou Chanels pleidooi voor een klassieke stijl omarmen.

Een klassieker is niet alleen iets wat beroemd of kenmerkend is voor een tijdperk uit het verleden. Het is iets wat ook na het tijdperk waarin het gemaakt is relevant en nuttig blijft. De ware taak van de mode is niet om elk jaar te veranderen. Kleren zijn geen emblemen van ijdelheid of rommel (waar we soms bang voor zijn); ze kunnen hulpstukken, geheugensteuntjes of bondgenoten zijn in onze pogingen om meer volwassen, gerichtere, geestelijk gezondere en evenwichtigere mensen te worden.

Chanel deed uiteindelijk niet alles met haar merk wat ze had kunnen doen, maar ze is inspirerend omdat ze liet zien dat er ook een serieuze kant aan kleding zit. In de ideale wereld zou een kledingbedrijf – met behulp van een paar interne filosofen – bepalen wat er het meest toe doet in het leven, en kleding maken die deze ethische en morele overtuiging voortdurend versterkt en ondersteunt. Dan zouden mooie kleren gerespecteerd worden om wat ze werkelijk zijn: de belichaming van goede ideeën.

Dit artikel is afkomstig uit het boek van The School of Life, Grote denkers. Het is uit het Engels vertaald door Susan Ridder en uitgegeven door Nijgh & Van Ditmar. Het boek is o.a. verkrijgbaar in onze winkel op Frederiksplein 54 en natuurlijk ook online.

In onze Jaaropleiding: Grote Denkers is Coco Chanel een van de 100 grote denkers waarover college wordt gegeven.

Recent entries